Duurzaamheidsinformatie SSPF

Deze informatie dient om te voldoen aan de informatieverschaffingvereisten van Stichting Shell Pensioenfonds (SSPF) op grond van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (“Sustainable Finance Disclosures Regulation; SFDR”) en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1288 (SFDR Technische Reguleringsnormen (Regulatory Technical Standard (RTS)).

Deze informatie dient om te voldoen aan de informatieverschaffingvereisten van Stichting Shell Pensioenfonds (SSPF).

Geen doelstelling voor duurzaamheidsbeleggingen
Dit financiële product promoot ecologische of sociale (E&S) kenmerken zonder dat het duurzaam beleggen als doelstelling heeft. Voorts is dit product niet bedoeld voor duurzame beleggingen in de zin van artikel 2, lid 17, van Verordening (EU) 2019/2088 (SFDR).

Ecologische of sociale kenmerken van het financiële product
Dit financiële product belegt in meerdere beleggingscategorieën. De E&S-kenmerken die door dit product worden gepromoot variëren tussen beleggingscategorieen en binnen dezelfde beleggingscategorie.

Dit product promoot de volgende E&S-kenmerken:
I. Lagere CO2-intensiteit
II. Beter bestuur
III. Uitsluitingen (bedrijfsactiviteit)
IV. ESG-integratiecriteria en
V. ESG-rapportagevereisten.

Er worden verschillende duurzaamheidsindicatoren gebruikt om het bereiken van deze E&S-kenmerken te meten. Deze worden periodiek gevolgd via een voor elke indicator specifiek proces.

Beleggingsstrategie
De strategie voor het bereiken van elk kenmerk verschilt per indicator. Dit omvat het gebruik van gewone ESG-benchmarks en tracking error-beperkingen; de implementatie van een uitsluitingslijst van bedrijfsactiviteiten; bepalingen in sideletter met betrekking tot extern beheerde fondsen ; inclusielijst voor landen en aangepaste ESG-benchmarks waarin geen emittenten zijn opgenomen die niet aan de vastgestelde criteria voldoen; beoordeling van extern beheerde fondsen op basis van een kader inzake hun mate van ESG-integratie, due diligence-onderzoek vóór de belegging; en continue monitoring.

SSPF beoordeelt de bestuurspraktijken van ondernemingen door a) de betrokkenheid van ondernemingen bij zeer controversieel zakelijk gedrag in kaart te brengen op basis van de beginselen van de VN Global Compact en de OESO-richtlijn voor multinationale ondernemingen, met daarbij hun reactie op eventuele engagementinspanningen in dit verband, b) de belangrijkste ongunstige duurzaamheidseffecten in overweging te nemen, c) een bestuursscore op te nemen, d) de mate van ESG-integratie van (toekomstige) extern beheerde fondsen te beoordelen, en e) de beginselen van de Shell Group toe te passen.

*Deze informatieverschaffing maakt een onderscheid tussen de fiduciaire beheerder en andere beheerders, waarnaar gezamenlijk wordt verwezen als "externe beheerders" of "extern beheerde fondsen". Door de aard van de relatie tussen SSPF en zijn fiduciaire beheerder bestaan er andere verwachtingen voor het monitoren van de beleggingen die wordt beheerd door de fiduciaire beheerder dan voor de beleggingen die wordt beheerd door externe beheerders.

Aandeel beleggingen
De gemiddelde portefeuilleverdeling van dit financiële product gedurende een representatieve termijn vóór het tijdstip waarop deze informatieverschaffing plaatsvond aan beleggingen die op één of meerdere van de E- of S-kenmerken waren afgestemd, bedroeg 69,5% van de totale beleggingen, gemeten naar marktwaarde.

Methodologieën
Er worden verschillende methodologieën gebruikt om te meten in hoeverre aan de gepromote E&S-kenmerken wordt voldaan die door dit financiële product worden gepromoot. Deze omvatten de vergelijking van het risico van de portefeuilles in het toepassingsgebied met het risico van standaardbenchmarks; controle of de portefeuille geen risico loopt voor wat betreft de uitgesloten emittenten; controle of relevante bepalingen in de sideletter of soortgelijke beheerstoezeggingen ten uitvoer zijn gelegd; beoordeling van de resultaten van de due diligence vóór de belegging; en continue monitoring.

Databronnen en -verwerking
Er worden verschillende bronnen gebruikt om te meten en monitoren of de E&S-kenmerken van dit financiële product worden bereikt. Daartoe behoren metingen, scores en beoordelingen van externe dataleveranciers en andere externe dienstenaanbieders, desk research, de resultaten van due diligence vóór de belegging en de bijbehorende documentatie, openbare databronnen, externe beheerders en het GRESB-rapportage-instrument.

Methodologische en databeperkingen
De voor de E&S-kenmerken van dit financiële product geselecteerde data worden geacht van voldoende kwaliteit te zijn voor de implementatie en het bereiken van de kenmerken.

Due diligence
Het due diligence-proces dat het meest relevant is voor de onderhavige informatieverschaffing betreft het monitoren van de E&S-kenmerken. De controles in verband met dit proces omvatten de periodieke herziening van de E&S-kenmerken door de fiduciair beheerder; herziening en verspreiding van de lijst van uitgesloten bedrijfsactiviteiten en de integratie daarvan in pre-trade compliance-instrumenten; en de herziening van de criteria voor het beleggingsuniversum voor staatsschuldinstrumenten, samen met informatie over eventuele wijzigingen in de criteria.

Engagementbeleid
SSPF definieert engagement als SSPF die zijn invloed gebruikt om duurzame verbeteringen tot stand te brengen met betrekking tot ecologisch en sociaal beleid en bestuur. SSPF zoekt de dialoog met het management van ondernemingen via zijn ESG-dienstverlener, zowel proactief als reactief. Enerzijds door proactief engagement, waarbij ondernemingen worden aangemoedigd om verbeteringen aan te brengen voor wat betreft specifieke thema's ('goed doen'). Anderzijds door reactief engagement ('geen schade berokkenen'), waaronder schending van de beginselen van het VN Global Compact.

Aangewezen referentiebenchmark
Dit product maakt gebruik van referentiebenchmarks voor het bereiken of het monitoren van het bereiken van enkele E&S-kenmerken die door dit product worden gepromoot. Dit betreft de kenmerken 'lagere CO2-intensiteit' en 'beter bestuur' met betrekking tot vermogens- en bedrijfsobligatieportefeuilles, alsook 'ESG-inclusiecriteria' met betrekking tot staatsschuld.

Andere vormen van ESG-integratie
De beschrijving in deze regelgevende informatieverschaffing heeft alleen betrekking op bindende kenmerken in de zin van de SFDR; andere vormen van ESG-integratie, die op discretionaire basis plaatsvinden, met inbegrip van maar niet beperkt tot continue integratie van duurzaamheidsrisico's en -kansen in beleggingsbesluitvormingsprocessen, de periodieke beoordeling van duurzaamheidsrisico's en de continue due diligence met betrekking tot ongunstige effecten, vallen niet onder deze informatieverschaffing.

Dit financiële product promoot ecologische of sociale (E&S) kenmerken zonder dat de doelstelling duurzaam beleggen is.

Voorts is dit product niet bedoeld voor duurzame beleggingen in de zin van artikel 2, lid 17, van de SFDR Daarbij houden de beleggingen die aan dit financiële product ten grondslag liggen evenmin rekening met de EU-criteria voor duurzame economische activiteiten, waaronder het beginsel 'geen schade van betekenis berokkenen'.

Dit financiële product belegt in meerdere beleggingscategorieën. De E&S-kenmerken die door dit product worden gepromoot variëren tussen beleggingscategorieën en binnen dezelfde beleggingscategorie, zoals verder gespecificeerd in de rubriek “Welke portefeuilleverdeling is voor dit financiële product gepland?”.

De volgende tabel specificeert de E&S-kenmerken die door dit product worden gepromoot.

Tabel 2: Door het product gepromote E&S-kenmerken*

Kenmerken Beschrijving
Lagere CO2-intensiteit Delen van dit product streven naar een lagere CO2-intensiteit (scope 1 + 2 BKG-emissies over inkomsten in USD, uitgedrukt in ton CO2 eq / USD mln omzet), dan een standaard (niet-ESG) moederbenchmark. Voor het bereiken van het kenmerk worden referentiebenchmarks aangewezen.
Beter bestuur Delen van dit product streven naar een hogere bedrijfsbestuursscore dan een standaard (niet-ESG) benchmark. Voor het bereiken van het kenmerk worden referentiebenchmarks aangewezen.
Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten Dit product belegt niet in entiteiten die betrokken zijn bij clustermunitie, antipersoonsmijnen, biologische en chemische wapens en kernwapens in strijd met het Non-proliferatieverdrag voor Kernwapens.
ESG-inclusiecriteria Voor delen van dit product gelden minimale inclusiecriteria. Dit zijn de volgende:
• (Quasi-)soevereine emittenten moeten minimaal voldoen aan de bestuursscore van de Wereldbank om in het beleggingsuniversum te worden opgenomen; er wordt een referentiebenchmark aangewezen om dit kenmerk te bereiken,
• Geen risico voor wat betreft landen waarvoor een VN-wapenembargo geldt; er wordt een referentiebenchmark aangewezen om dit kenmerk te bereiken, en
• Voldoende ESG-integratie met betrekking tot extern beheerde fondsen, beoordeeld op basis van criteria die zijn vastgesteld in een door de fiduciaire beheerder beheerd kader.
ESG-rapportagevereisten Delen van dit product promoten het voldoen aan een ESG-rapportagevereiste met betrekking tot externe beheerders/extern beheerde fondsen. Dit betreft rapportage op basis van het VN-rapportagekader Principles of Responsible Investment (PRI) (beginselen van verantwoord beleggen) of de Global Real Estate Sustainability Benchmark (GRESB).

* Een gedetailleerde beschrijving van het deel van het product waarop elk kenmerk van toepassing is, staat in dit document onder de rubriek met de titel "Aandeel beleggingen”. Wanneer een referentiebenchmark wordt gebruikt om een kenmerk te bereiken, wordt in dit document onder de rubriek met de titel "Aangewezen referentiebenchmark" een gedetailleerde beschrijving gegeven van de wijze waarop dit plaatsvindt.

** Scope 1-emissies zijn directe broeikasgasemissies uit bronnen die eigendom zijn van de onderneming of die door deze beheerd worden. Scope 2-emissies zijn indirecte broeikasgasemissies die ontstaan door de opwekking van elektriciteit, stoom, verwarming en koeling, die door de onderneming voor eigen gebruik zijn aangekocht. (Bron: CDP)

De volgende tabel specificeert de duurzaamheidsindicatoren die worden gebruikt om het bereiken van de door dit product gepromote E&S-kenmerken te meten.

Tabel 3: overzicht duurzaamheidsindicatoren

Kenmerken Beschrijving
Lagere CO2-intensiteit Portefeuille CO2-intensiteit, uitgedrukt in ton CO2 eq / USD mln inkomsten (gewogen gemiddelde)
Beter bestuur Portefeuille bestuursscore (gewogen gemiddelde)
Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten • Deze portefeuille loopt geen risico voor wat betreft entiteiten die betrokken zijn bij clustermunitie, antipersoonsmijnen, biologische en chemische wapens en kernwapens in strijd met het Non-proliferatieverdrag voor Kernwapens.
• Toezegging van beheerders van nieuwe extern beheerde fondsen (geselecteerd op of na 1 januari 2022) om ofwel a) beleggingen in emittenten (indien van toepassing) of beleggingsactiviteiten die op de uitsluitingslijst staan te verbieden, ofwel b) dergelijke risico’s te melden, waarbij wordt verwacht dat het risico 0% zal bedragen.
ESG-inclusiecriteria • Deze portefeuille loopt geen risico voor wat betreft (quasi-)soevereine emittenten die niet minimaal voldoen aan de bestuursscore van de Wereldbank (alleen van toepassing op staatsschuld)
• Deze portefeuille loopt geen risico voor wat betreft (quasi-)soevereine emittenten waarop een VN-wapenembargo van toepassing is (alleen van toepassing op staatsschuld).
• Beoordelingsresultaat met betrekking tot nieuwe extern beheerde fondsen (geselecteerd op of na 1 januari 2022) betreffende de mate waarin zij ESG voldoende integreren, beoordeeld op basis van de criteria die zijn vastgesteld binnen een kader dat door de fiduciaire beheerder wordt beheerd; een score van 3 op 5 wordt in het kader van deze beoordeling als 'voldoende' beschouwd.
ESG-rapportagevereisten • De portefeuille loopt risico voor wat betreft extern beheerde fondsen waarvan de beheerders aan PRI rapporteren (van toepassing op alle extern beheerde beleggingscategorieën, behalve vastgoed)
• De portefeuille loopt risico voor wat betreft extern beheerde fondsen die rapporteren aan GRESB (alleen van toepassing op private vastgoed)

***In de zin van dit kenmerk worden hiermee emittenten bedoeld die voor 100% in handen zijn van een overheid of een overheidsinstantie. Het product loopt dus geen risico door de schuld die is uitgegeven door soevereine of quasi-soevereine emittenten, waarbij het risicoland van die emittent niet voldoet aan de minimale bestuursscore van de Wereldbank en/of er een VN-wapenembargo van toepassing is op dit risicoland.

Beleggingsstrategie om te voldoen aan de ecologische en sociale kenmerken die door het financiële product worden gepromoot.

Het volgende onderdeel beschrijft de beleggingsstrategie die wordt gebruikt om te voldoen aan de ecologische of sociale kenmerken die door het financiële product worden gepromoot, samen met de bijbehorende bindende aspecten (verwachtingen in onderstaande tabel). De fiduciaire beheerder heeft de interne verwachtingen opgesteld en rapporteert aan SSPF of aan de E&S-kenmerken wordt voldaan.

Tabel 4: beleggingsstrategie die wordt gebruikt om te voldoen aan de E&S-kenmerken en de bijbehorende bindende aspecten

Kenmerken Beschrijving van beleggingsstrategie
Lagere CO2-intensiteit

Verwachting
Een gedefinieerd deel van dit product streeft naar een lagere CO2-intensiteit die betrekking heeft op een standaard (niet-ESG) benchmark.

  Strategie
De richting CO2-intensiteit van de portefeuille wordt geïmplementeerd met gebruik van aangepaste ESG-benchmarks en tracking error-beperkingen.

Beter bestuur

Verwachting
Een gedefinieerd deel van dit product streeft naar een beter bestuursscore die betrekking heeft op een standaard (niet-ESG) benchmark.

  Strategie
De richting bestuur van de portefeuille wordt geïmplementeerd met gebruik van aangepaste ESG-benchmarks en tracking error-beperkingen.
Uitsluitingen
(Bedrijfsactiviteit)
Risico van emittenten die het beleid niet naleven - Verwachting
Het product loopt geen risico voor wat betreft entiteiten die betrokken zijn bij clustermunitie, antipersoonsmijnen, biologische en chemische wapens en kernwapens op een wijze die strijdig is met het Non-proliferatieverdrag voor Kernwapens.
   Risico van emittenten die het beleid niet naleven - Strategie
Om de twee jaar herziet de fiduciaire beheerder de uitsluitingslijst met de emittenten die zijn uitgesloten op grond van hun betrokkenheid bij de gespecificeerde bedrijfsactiviteiten. De bijgewerkte uitsluitingslijst wordt door de fiduciaire beheerder meegedeeld aan de belanghebbenden.

Uitsluitingen
(Bedrijfsactiviteit)

 

 

Eisen uitsluiting van externe beheerders bedrijfsactiviteiten - Verwachting
Nieuw geselecteerde extern beheerde fondsen (geselecteerd op of na 1 januari 2022) verbieden ofwel (a) beleggingen in emittenten die op de van toepassing zijnde uitsluitingslijst staan vermeld vanwege hun betrokkenheid bij clustermunitie, antipersoonsmijnen, biologische en chemische wapens en/of kernwapens op een wijze die strijdig is met het Non-proliferatieverdrag voor Kernwapens, en/of beleggingen in deze economische activiteiten verbieden, of (b) een rapportageverplichting met betrekking tot dergelijke risico hebben, waarbij de verwachting 0% risico is.
  Eisen uitsluiting van externe beheerders bedrijfsactiviteiten - Strategie
De bovengenoemde vereisten maken deel uit van due diligence-controles vóór de belegging en zijn bij voorkeur opgenomen in de sideletter van elk fonds. Fondsen waarvoor het zeer onwaarschijnlijk is dat zij enig risico lopen voor wat betreft de uitgesloten bedrijfsactiviteiten kunnen een vrijstelling krijgen, bijvoorbeeld op basis van de soorten beleggingsinstrumenten die in het fonds zijn opgenomen of zullen worden opgenomen.

ESG-inclusiecriteria

 

Bestuursscore Wereldbank / VN-wapenembargo - Verwachtingen
Het product loopt dus geen risico voor wat betreft de schuld die is uitgegeven door soevereine of quasi-soevereine emittenten, waarbij het risicoland van die emittent niet voldoet aan de minimale bestuursscore van de Wereldbank en/of er een VN-wapenembargo van toepassing is op dit risicoland.
  World Bank governance score/UN arms embargo - Strategy
De fiduciaire beheerder bepaalt elke maand welke emittenten niet voldoen aan de bestuursscore van de Wereldbank en wie onder het VN-wapenembargo vallen. Een lijst van deze emittenten wordt door de fiduciaire beheerder doorgegeven aan de relevante belanghebbenden. Voor het bereiken van een kenmerk wordt een door JP Morgan samengestelde aangepaste ESG-benchmark gebruikt, die geen emittenten omvat die niet aan de inclusiecriteria voldoen.

ESG-inclusiecriteria

 

 

Voldoende ESG-integratie - Verwachting
De meerderheid van de nieuw geselecteerde extern beheerde fondsen (geselecteerd op of na 1 januari 2022) integreren ESG in voldoende mate, indien beoordeeld op basis van de criteria die zijn vastgesteld in een kader dat door de fiduciaire beheerder wordt beheerd, waarbij een score van ten minste 3 op 5 geldt als 'voldoende mate van ESG-integratie'.
  Voldoende ESG-integratie - Strategie
Als onderdeel van het selectieproces wordt van extern beheerde fondsen verwacht dat zij een voldoende mate van ESG-integratie laten zien. Verwachtingen aangaande een voldoende mate van ESG-integratie zijn ingebed in een kader dat door de fiduciaire beheerder wordt beheerd. Deze hebben betrekking op ESG-beleid, bestuur, ESG-integratie in beleggings- en risicobeheerprocessen en rapportage.
ESG-rapportagevereisten PRI - Verwachting
De beheerders van meer dan 60% van de extern beheerde fondsen (exclusief vastgoed) rapporteert aan PRI, gemeten naar marktwaarde.

  PRI - Strategie
Als onderdeel van due diligence-controles vóór de belegging met betrekking tot het selectieproces en de continue monitoring van bestaande fondsen, is bepaald of de beheerder aan PRI rapporteert of die intentie heeft.
ESG-rapportagevereisten GRESB - Verwachting
Meer dan 60% van de extern beheerde vastgoedfondsen rapporteert aan GRESB, gemeten naar marktwaarde.

  GRESB - Strategie
Als onderdeel van due diligence-controles vóór de belegging met betrekking tot het selectieproces en de continue monitoring van bestaande fondsen, is bepaald of de beheerder aan GRESB rapporteert of die intentie heeft (voor dat specifieke fonds).

Beleid om goede bestuurspraktijken van ondernemingen waarin wordt belegd te beoordelen
De bestuurspraktijken van de ondernemingen waarin wordt belegd, worden op de volgende manieren beoordeeld:

 • Beoordeling van controversieel zakelijk gedrag
Er bestaat een proces om emittenten te identificeren die betrokken zijn bij ernstig controversieel zakelijk gedrag en die niet reageren op inspanningen voor engagement naar aanleiding van dit gedrag, en om te beoordelen of uitsluiting uit het beleggingsuniversum gewenst is. Dit proces omvat een herziening van onder meer de bestuurspraktijken van ondernemingen waarin wordt deelgenomen op basis van de beginselen van de VN Global Compact en de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Er wordt rekening gehouden met aspecten zoals bedrijfsethiek, fraude, corruptie en marktmisbruik, maar ook met sociale aspecten zoals werknemersrelaties en de vrijheid van vereniging.

  • Overweging van indicatoren voor de belangrijkste ongunstige effecten
De beleggingen van dit product worden gemonitord aan de hand van indicatoren die zijn afgestemd op de Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1288 (SFDR Technische Reguleringsnormen (Regulatory Technical Standard (RTS)) die betrekking hebben op sociale en personeelsaangelegenheden, alsook op corruptie- en omkopingsbestrijding. Deze indicatoren worden periodiek geëvalueerd, hetgeen tot maatregelen kan leiden om de belangrijkste ongunstige effecten te verminderen.

  • Integratie van de bestuursscore
Delen* van het product die worden gebruikt om het kenmerk 'beter bestuur' te bereiken, zijn gericht op emittenten met een hogere bestuursscore. Dit betekent dat het risico dat het portefeuille loopt op emittenten met een lagere bestuursscore wordt verminderd in verband met een standaardbenchmark, waarbij in individuele gevallen het risico volledig wordt weggenomen. Het proces bestuursscore** omvat de beoordeling van aspecten als gezonde managementstructuren en naleving van de belastingwetgeving. Voorts zijn dezelfde delen van het product net als de delen die worden gebruikt om het kenmerk 'beter bestuur' te bereiken, erop gericht om de sociale score*** ten minste op hetzelfde niveau te houden als de standaardbenchmark. Het proces sociale score omvat een beoordeling van aspecten als werknemersrelaties en personeelsbeloning.
* Delen: Een gedetailleerde beschrijving van het deel van het product waarop het kenmerk 'beter bestuur' van toepassing is, staat in dit document onder de rubriek met de titel 'Aandeel beleggingen'.
** Proces bestuursscore: Uitgevoerd door een externe dataleverancier, MSCI.
*** Sociale score: Net als de bestuursscore wordt de sociale score ook door een externe dataleverancier geleverd, MSCI.

 • Beoordeling van de mate van ESG-integratie van extern beheerde fondsen
De beoordeling van 'bestuur' vormt een van de vier aspecten die deel uitmaakt van het kader dat door de fiduciaire beheerder wordt beheerd teneinde de mate van ESG-integratie van extern beheerde fondsen te beoordelen voor het kenmerk 'ESG-integratiecriteria' dat in bovenstaande tabellen 2 en 3 is beschreven. (Potentiële) fondsen met minder solide bestuurspraktijken zullen een lagere score bereiken bij de algemene beoordeling en worden mogelijk uitgesloten van belegging.

 • Beginselen Shell Group
Gezien de relatie met de Shell Group past SSPF de fiscale benadering van Shell en de Responsible Tax Principles van Shell toe, die als leidraad dienen voor beslissingen over fiscale aangelegenheden en de naleving in acht nemen, transparant zijn over fiscale aangelegenheden en openstaan voor dialoog. Daarnaast handelt Shell in overeenstemming met de Algemene Bedrijfsbeginselen van Shell en wordt geverifieerd of de geselecteerde externe beheerders over passende bedrijfsbeginselen beschikken.

Welke portefeuilleverdeling is er voor dit financiële product gepland?

Aangezien de door dit product gepromote E&S-kenmerken per beleggingenklasse/ subbeleggingenklasse/ strategie verschillen, wordt de informatie over het product op twee niveaus verschaft: algemeen (zoals voorgeschreven door de SFDR) en per individueel kenmerk.

Op het algemene niveau en per individueel kenmerk geeft het veld '#1 Afgestemd op E/S-kenmerken' de gemiddelde portefeuilleverdeling van het financiële product aan voor een representatieve periode die vooraf gaat aan het tijdstip waarop deze informatie werd verschaft, die is afgestemd op een of meer van de E- of S-kenmerken. De categorie '#2 Overige'* vertegenwoordigt de beleggingen die niet bijdragen aan een van de specifieke E- of S-kenmerken die door dit financiële product worden gepromoot, namelijk staatsschuld van ontwikkelde markten, particuliere leningen, derivaten en contanten.
*Meer in het algemeen, volgens paragraaf 12 SFDR RTS Considerans, kan de categorie '#2 Overige' bijvoorbeeld bevatten afdekkingsinstrumenten, niet-gescreende beleggingen voor diversificatiedoeleinden, beleggingen waarvoor gegevens ontbreken of kasgeld die worden aangehouden als aanvullende liquiditeit

Deze informatie wordt verschaft voor een bestaand product en de cijfers in Grafiek 1 en tabel 5 hieronder vormen geen minimale bindende verplichting ten aanzien van het aandeel van de portefeuilleverdeling van het product dat te allen tijde zou worden gebruikt om aan een bepaald E- of S-kenmerk te voldoen. In plaats daarvan dienen zij om te laten zien welk deel van het product naar redelijke verwachting zal worden gebruikt om aan het gespecificeerde E- of S-kenmerk te voldoen, behoudens grotere wijzigingen in de algemene (strategische) portefeuilleverdeling van het product op grond van beleggingsoverwegingen**. In de zin van dit product zal de categorie '#2 Overige' - met name staatsschuld van ontwikkelde markten - naar verwachting in de loop van de tijd toenemen naarmate het product minder risicovol wordt. Daarom wordt een dergelijke minimale verplichting niet aangegaan.
** Materiële wijzigingen in de algemene (strategische) portefeuilleverdeling van het product zouden aanleiding geven tot het herzien van de gemiddelde portefeuilleverdeling aan de beleggingen die worden gebruikt om aan bepaalde E- of S-kenmerken te voldoen.

Het financiële product bestaat uit ongeveer twee derde directe en een derde indirecte beleggingen, op basis van de gemiddelde beleggingen van het financiële product voor een representatieve periode die vooraf gaat aan het tijdstip waarop deze informatie werd verschaft.

Grafiek 1: gemiddelde portefeuilleverdeling van het product – algemeen

stroomschema-duurzaamheidsinformatie-SSPF

#1 Afgestemd op E/S-kenmerken omvat de beleggingen van het gebruikte financiële product om te voldoen aan de ecologische of sociale kenmerken die het financiële product promoot.
#2 Overige omvat de overige beleggingen van het financiële product die niet zijn afgestemd op de ecologische of sociale kenmerken en die evenmin als duurzame belegging kwalificeren.

Net als op het algemene niveau, weerspiegelt de procentuele gemiddelde portefeuilleverdeling met betrekking tot de '#1 Afgestemde' beleggingen op het niveau van het individuele kenmerk het aandeel van het product dat werd gebruikt om een kenmerk te bereiken voor een representatieve periode die vooraf gaat aan het tijdstip waarop deze informatie werd verschaft.

Tabel 5: gemiddelde portefeuilleverdeling van het product - per individueel kenmerk

Kenmerken #1 Afgestemd #2 Overige #2 Overige -
toelichting
Lagere CO2-intensiteit 24,7% 75,3% Omvat aandelen- en bedrijfsobligatietportefeuilles die nog niet zijn overgegaan op de strategie, hypotheken en bedrijfsleningen, staatsschuld, alternatieve beleggingen, derivaten en kasgeld.
Beter bestuur 24,7% 75,3% Omvat aandelen- en bedrijfsobligatieportefeuilles die nog niet zijn overgegaan op de strategie; hypotheken en bedrijfsleningen; staatsschuld; alternatieve beleggingen; derivaten; en kasgeld.
Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten 64,9% 35,1% Omvat staatsschuld (anders dan quasi-soevereine emittenten), bedrijfsleningen, derivaten en kasgeld.
ESG-inclusiecriteria -
Bestuursscore Wereldbank/
VN-wapenembargo
4,4% 95,6% Omvat staatsschuld van ontwikkelde markten alsook opkomende markten - overheidsschuld in lokale valuta, die formeel niet buiten het toepassingsgebied van de criteria vallen maar er geen rechtstreeks effect van ondervinden, alle niet-soevereine beleggingen, derivaten en kasgeld.
ESG-inclusiecriteria -
Voldoende ESG-integratie
1,5% 98,5% Omvat extern beheerde fondsen die vóór 1 januari 2022*** zijn geselecteerd en na de belegging aan de verwachtingen voldoen en waarbij de afstemming op de gestelde verwachtingen wordt gemonitord, maar de criteria vóór de belegging niet van toepassing waren; en alle door de fiduciaire beheerder beheerde beleggingen, met inbegrip van derivaten en kasgeld.
ESG-rapportagevereisten -
PRI
30,7% 69,3% Omvat alle door de fiduciaire beheerder**** beheerde beleggingen, met inbegrip van derivaten en kasgeld, en extern beheerd vastgoed.
ESG-rapportagevereisten -
GRESB
3,3% 96,7% Omvat alle door de fiduciaire beheerder beheerde beleggingen, met inbegrip van derivaten en kasgeld, en extern beheerde fondsen anders dan vastgoed.

*** Het globale aandeel van nieuwe extern beheerde fondsen die op of na 1 januari 2022 worden geselecteerd in het totale product - hier 1,5% - kan in de loop van de tijd toenemen, maar is afhankelijk van het traject om beleggingsrisico’s te verminderen, waarbij een groter deel van de beleggingen kan worden toegewezen aan beleggingen die worden gematcht met de beleggingen die worden beheerd door de fiduciaire beheerder in tegenstelling tot extern beheerde fondsen.
**** De fiduciaire beheerder ondertekent zelf de PRI. Maar gezien het onderscheid dat uit het oogpunt van monitoring wordt gemaakt tussen de fiduciaire beheerder en de externe beheerders, zoals uiteengezet in voetnoot 1 op pagina 2, heeft dit monitoringproces alleen betrekking op de laatstgenoemde.

 

Elk E&S-kenmerk dat door het product wordt gepromoot op basis van de vastgestelde indicatoren wordt via een voor elke indicator specifiek proces gemonitord, zoals in onderstaande tabel is aangegeven. Het bereiken van alle E&S-kenmerken wordt periodiek gemonitord door de fiduciaire beheerder. De herziening van de E&S-kenmerken door de fiduciaire beheerder is onderworpen aan een jaarlijkse interne controle. Voor de kenmerken 'Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten' (risico van niet-conforme emittenten) en 'ESG-inclusiecriteria' (bestuursscore Wereldbank/ VN-wapenembargo), zoals verder beschreven in de onderstaande tabel, heeft de fiduciaire beheerder aanvullende controles ingesteld.

De fiduciaire beheerder rapporteert dan aan SSPF over het bereiken van alle E&S-kenmerken. Het rapport wordt besproken in het ESG-forum van SSPF, dat bestaat uit bestuursleden van SSPF, SPN en de vertegenwoordigers van de fiduciaire beheerder. De notulen van het ESG-forum worden verspreid onder de bestuursleden van SSPF en worden in de bestuursvergadering besproken.

Tabel 6: beschrijving van een proces om individuele E- of S-kenmerken te monitoren

Kenmerken Beschrijving monitoringproces
Lagere CO2-intensiteit De fiduciaire beheerder is verantwoordelijk voor de voortgaande implementatie en monitoring van het kenmerk. Daarnaast wordt de realisatie van de gewenste ESG-richting tweemaandelijks gecontroleerd door de fiduciaire beheerder en gerapporteerd aan SSPF.
Beter bestuur De fiduciaire beheerder is verantwoordelijk voor de voortgaande implementatie en monitoring van het kenmerk. Daarnaast wordt de realisatie van de gewenste ESG-richting tweemaandelijks gecontroleerd door de fiduciaire beheerder en gerapporteerd aan SSPF.
Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten -
Risico van emittenten die het beleid niet naleven

De uitgesloten emittenten zijn opgenomen in pre-trade compliance-instrumenten. De naleving van de uitsluitingslijst wordt tweemaandelijks gecontroleerd door de fiduciaire beheerder en gerapporteerd aan SSPF. Elk halfjaar controleert de fiduciaire beheerder of de uitsluitingslijst is herzien, of eventuele wijzigingen aan de belanghebbenden zijn doorgegeven en of (indien van toepassing) pre-trade compliance-blokkeringen zijn ingesteld.

Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten -
Eisen uitsluiting van externe beheerders bedrijfsactiviteiten

De fiduciaire beheerder controleert en rapporteert aan SSPF het aandeel nieuw geselecteerde extern beheerde fondsen (geselecteerd op of na 1 januari 2022) dat voldoet aan de verwachtingen in tabel 4 ("Beleggingsstrategie").

ESG-inclusiecriteria -
Bestuursscore Wereldbank/
VN-wapenembargo
De bestuursscore van de Wereldbank en de landen waarop het VN-wapenembargo van toepassing is, worden eenmaal per maand door de fiduciaire beheerder herzien. Daarnaast wordt ook het risico van de portefeuille en de benchmark ten opzichte van de emittenten die niet aan de inclusiecriteria voldoen, gecontroleerd. De naleving van de inclusiecriteria wordt tweemaandelijks gecontroleerd door de fiduciaire beheerder en gerapporteerd aan SSPF. Op jaarbasis controleert de fiduciaire beheerder of de criteria voor het beleggingsuniversum voor staatsschuldinstrumenten moeten worden herzien en of eventuele wijzigingen in de criteria aan de relevante belanghebbenden worden meegedeeld, zodat de maandelijkse update van het beleggingsuniversum en de instelling van blokkeringen in pre-trade compliance-instrumenten mogelijk is.
ESG-inclusiecriteria -
Voldoende ESG-integratie
De betrokken beleggingsteams monitoren en rapporteren het aandeel nieuw geselecteerde extern beheerde fondsen (geselecteerd op of na 1 januari 2022) waarin ESG in voldoende mate is geïntegreerd, zoals beoordeeld op basis van het kader dat door de fiduciaire beheerder wordt beheerd. De naleving van de verwachtingen rondom 'ESG-integratie in voldoende mate' wordt tweemaandelijks gecontroleerd door de fiduciaire beheerder en gerapporteerd aan SSPF.
ESG-rapportagevereisten -
PRI
De betrokken beleggingsteams controleren het aandeel van alle fondsen die onder het toepassingsgebied van het kenmerk vallen en waarvan de beheerders aan PRI rapporteren. De naleving van de gestelde verwachtingen wordt tweemaandelijks gecontroleerd door de fiduciaire beheerder en gerapporteerd aan SSPF.
ESG-rapportagevereisten -
GRESB
De betrokken beleggingsteams controleren het aandeel van alle fondsen die onder het toepassingsgebied van het kenmerk vallen dat aan GRESB wordt gerapporteerd. De naleving van de gestelde verwachtingen wordt tweemaandelijks gecontroleerd door de fiduciaire beheerder en gerapporteerd aan SSPF.

De volgende tabel beschrijft de methodologieën die gebruikt worden om te meten in hoeverre aan de ecologische of sociale kenmerken die door het financiële product worden gepromoot, wordt voldaan.

Tabel 7: methodologieën voor het meten van ecologische of sociale kenmerken

Kenmerken Methodologieën voor het meten in hoeverre aan de E- of S-kenmerken wordt voldaan
Lagere CO2-intensiteit
Het gewogen gemiddelde risico van CO2-intensiteit van de portefeuilles in het toepassingsgebied wordt vergeleken met het risico van een reeks standaardbenchmarks (niet-ESG) die zijn samengevoegd op basis van relatieve gewichten.
Beter bestuur
Het gewogen gemiddelde risico van bestuursscore van de portefeuilles in het toepassingsgebied wordt vergeleken met het risico van een reeks standaardbenchmarks (niet-ESG) die zijn samengevoegd op basis van relatieve gewichten.
Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten -
Risico van emittenten die het beleid niet naleven

Er wordt gecontroleerd of het portefeuille geen risico loopt voor wat betreft uitgesloten emittenten.

 

Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten -
Eisen uitsluiting van externe beheerders bedrijfsactiviteiten

Er wordt gecontroleerd of de bepalingen van de betreffende sideletter (of gelijkwaardige toezeggingen van beheerders) geïmplementeerd zijn.

ESG-inclusiecriteria -
Bestuursscore Wereldbank/
VN-wapenembargo

Er wordt gecontroleerd of het portefeuille geen risico loopt voor wat betreft uitgesloten emittenten.

ESG-inclusiecriteria -
Voldoende ESG-integratie

Als onderdeel van de due diligence vóór de belegging worden extern beheerde fondsen op basis van een kader beoordeeld op de mate van ESG-integratie. Het resultaat van die beoordeling is bepalend voor het gerapporteerde aandeel van de nieuw geselecteerde fondsen die ESG in voldoende mate integreren.
ESG-rapportagevereisten -
PRI
Als onderdeel van zowel de due diligence vóór de belegging als de continue monitoring wordt gecontroleerd of de beheerder rapporteert aan PRI.
ESG-rapportagevereisten -
GRESB
Als onderdeel van zowel de due diligence vóór de belegging als de continue monitoring wordt gecontroleerd of de beheerder aan GRESB rapporteert of die intentie heeft voor dat specifieke fonds.

De volgende tabel vermeldt de databronnen die worden gebruikt om het bereiken van de door dit product gepromote E&S-kenmerken te meten en monitoren.

Om de kwaliteit van de data te waarborgen, worden of de data of de derde die de data verstrekt, door de fiduciaire manager gecontroleerd vóór de eerste deelname en op continue basis na de deelname.

De wijze waarop de data worden verwerkt verschilt per kenmerk. De data worden in een centraal rapportagesysteem gerapporteerd, dat door het rapportageteam van de fiduciaire beheerder wordt beheerd. Dit centrale rapportagesysteem dient tevens als opslag voor relevante onderliggende databronnen en historische risico’s.

Met uitzondering van de metriek 'CO2-intensiteit', waarbij een deel van de datareeks kan worden geschat door de derde die de data verstrekt, mag geen van de gebruikte metriek uit geschatte data bestaan. Het aandeel van de data dat wordt geschat met betrekking tot de metriek 'CO2-intensiteit' zal na verloop van tijd onderhevig zijn aan schommeling, maar dit gaat om een minderheid van de dataverzameling.

Tabel 8: databronnen die gebruikt worden om het bereiken van de E- of S-kenmerken te meten en te monitoren

Kenmerken Databronnen
Lagere CO2-intensiteit MSCI ESG CO2-metriek dataverzameling
Beter bestuur MSCI ESG Dataverzameling scores
Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten -
Risico van emittenten die het beleid niet naleven
• EOS Controversial Company Report (CCR)
• Deskresearch
Uitsluitingen op basis van bedrijfsactiviteiten -
Eisen uitsluiting van externe beheerders bedrijfsactiviteiten
• Due diligence vóór belegging / contractbepalingen

ESG-inclusiecriteria -
Bestuursscore Wereldbank/
VN-wapenembargo
• Bestuursscore Wereldbank
• Lijst met landen waarop het VN-wapenembargo van toepassing is
ESG-inclusiecriteria -
Voldoende ESG-integratie
Beoordelingsresultaat van het kader dat door de fiduciaire beheerder wordt beheerd inzake de "voldoende mate van ESG-integratie" van extern beheerde fondsen, ingevuld op basis van de due diligence vóór de belegging.
ESG-rapportagevereisten -
PRI
• Due diligence-documentatie vóór belegging
• Bereik externe beheerder
• PRI-website
ESG-rapportagevereisten -
GRESB
• Due diligence-documentatie vóór belegging
• Bereik externe beheerder
• GRESB-rapportageïnstrument

De voor de E&S-kenmerken van dit financiële product geselecteerde data worden geacht van voldoende kwaliteit te zijn voor de implementatie en het bereiken van de kenmerken. De lagere datadekking binnen delen van dit financiële product kan gezien worden als een beperking, maar met die beperkingen is rekening gehouden bij de opbouw van de methodologieën, waarbij de dekkingsniveaus voldoende hoog zijn om geen afbreuk te doen aan de monitoring en verwezenlijking van de E&S-kenmerken die door dit product worden gepromoot.

Er worden vele vormen van due diligence uitgevoerd door de fiduciaire beheerder in verband met de (toekomstige) beleggingen van dit financiële product. Het due diligence-proces dat het meest relevant is voor de onderhavige informatieverschaffing betreft het monitoren van de E&S-kenmerken en nader wordt beschreven in bovenstaande rubriek 'Monitoring van ecologische of sociale kenmerken'. De rubriek 'Monitoring van ecologische of sociale kenmerken' bevat ook een omschrijving van de bestaande controles in verband met de periodieke herziening van de E&S-kenmerken; herziening en verspreiding van de uitsluitingslijst bedrijfsactiviteiten en de integratie daarvan in pre-trade compliance-instrumenten; en de herziening van de criteria voor het beleggingsuniversum voor staatsschuldinstrumenten, samen met informatie over eventuele wijzigingen in de criteria.

Engagement maakt geen deel uit van de beleggingsstrategie die wordt gebruikt om te voldoen aan de ecologische en sociale kenmerken die door het product worden gepromoot. De beleggingsstrategie is omschreven in bovenstaande tabel 4 in de rubriek 'Beleggingsbeleid'.

Dit product maakt gebruik van referentiebenchmarks voor het bereiken of het monitoren van het bereiken van enkele van de kenmerken die door dit product worden gepromoot. Dit betreft de kenmerken 'lagere CO2-intensiteit' en 'beter bestuur' met betrekking tot aandelen- en bedrijfsobligatieportefeuilles, alsook 'ESG-inclusiecriteria' met betrekking tot staatsschuld.

Lagere CO2-intensiteit en beter bestuur
Om het bereiken van de kenmerken 'lagere CO2-intensiteit' en 'beter bestuur' in verband met de aandelen- en bedrijfsobligatieportefeuilles mogelijk te maken, worden ESG-gerichte benchmarks aangeboden door externe benchmarkaanbieders, afzonderlijk voor aandelen- en bedrijfsobligatieportefeuilles. De metriek die wordt gebruikt is dezelfde als die wordt gebruikt in het kader van het monitoren van de portefeuilles, zoals beschreven in tabel 2 en 3 hierboven. De voor de benchmarks gebruikte databronnen zijn dezelfde als de in tabel 8 hierboven beschreven databronnen in verband met 'lagere CO2-intensiteit' en 'Beter bestuur'. Alle ESG-data worden door een externe dataleverancier verschaft, die is beoordeeld op basis van zijn kwaliteiten inzake ESG-data en dataverschaffing.

De benchmarks zijn via een (optimalisatie)proces opgebouwd, waarbij uitgebreide marktbenchmarks worden gericht op een lagere koolstofintensiteit en een hogere bestuursscore. Ze worden namelijk gebouwd met als doel een 10% hogere bestuursscore en een 25% lagere CO2-intensiteit te verkrijgen ten opzichte van een standaardbenchmark (zonder ESG). De risico-rendementskenmerken van de aangepaste ESG-benchmarks zijn vergelijkbaar met de standaardbenchmarks (niet-ESG), met beperkte afwijkingen (tracking error en drifts) en een omzet die nodig is om de kenmerken te bereiken. Voorafgaand aan de implementatie zijn de backtests van de benchmarks uitgevoerd binnen de relevante regio's of strategieën, waarbij is bevestigd dat de methodologie effectief is.

Om ervoor te zorgen dat de beleggingsstrategie en de benchmarkmethodologie op elkaar zijn afgestemd, worden de betreffende portefeuilles op basis van de aangepaste ESG-benchmarks beheerd, ook in de zin van monitoring van de prestaties en het risicobudget binnen de in de IMA vastgestelde limieten. Dit moet ervoor zorgen dat de portefeuilles over de gehele linie afgestemd blijven op de aangepaste benchmarks. Afhankelijk van de exacte strategie kunnen de portefeuilles periodiek opnieuw in balans worden gebracht om te verzekeren dat ze in de loop van de tijd dicht bij de benchmark blijven. De benchmarks worden elk halfjaar opnieuw vastgesteld voor vermogens en jaarlijks voor bedrijfsobligaties, waarbij rekening wordt gehouden met de meest recente ESG-data.

Het bereiken van de kenmerken wordt vervolgens tweemaandelijks gecontroleerd ten opzichte van een reeks standaard (niet-ESG) indexen die op basis van relatieve gewichten (afzonderlijk voor elke beleggingscategorie) worden geaggregeerd. Indien er grotere afwijkingen van de gestelde verwachtingen zijn dan verwacht, worden deze onderzocht en zo nodig gecorrigeerd.

ESG-inclusiecriteria – staatsschuld
Om te kunnen voldoen aan de kenmerkende 'ESG-inclusiecriteria' met betrekking tot staatsschuld (schuld van opkomende markten (EMD) in harde valuta), maakt dit product gebruik van een aangepaste benchmark van een externe aanbieder, waarin geen emittenten zijn opgenomen die niet aan de inclusiecriteria voldoen. De metriek die is gebruikt en de bijbehorende databronnen zijn dezelfde als die welke in tabel 8 hierboven in rubriek 'Databronnen en -verwerking' zijn beschreven in verband met de 'ESG-inclusiecriteria - Bestuursscore Wereldbank/ VN-wapenembargo'. De betreffende portefeuilles worden beheerd op basis van de aangepaste ESG-benchmark binnen de in de IMA vastgestelde limieten. Dit moet ervoor zorgen dat de portefeuilles over de gehele linie afgestemd blijven op de aangepaste benchmark. De aangepaste ESG-benchmark wordt maandelijks opnieuw vastgesteld. De naleving van de inclusiecriteria wordt gecontroleerd door de fiduciaire beheerder.

Documenten duurzaamheidsinformatie SSPF (SFDR)